Wat je attributie nog waard is onder Consent Mode V2.
Een bezoeker zoekt, klikt op je advertentie, wijst de cookiebanner af en vult tien minuten later het formulier in. In je Google Ads-account zie je die conversie misschien tóch staan. Niet omdat er een cookie is gezet, want die is er niet, maar omdat Google het missende stuk heeft ingeschat. Dat is precies waar de meeste discussies over Consent Mode V2 ontsporen: mensen behandelen elke conversie in het dashboard als even hard, terwijl een deel ervan geobserveerd is en een deel gemodelleerd. Die twee zijn niet hetzelfde, en het verschil bepaalt wat je attributie nog waard is.
Wat denied consent met je meting doet. Met Consent Mode V2 ingericht en marketing-consent geweigerd, laadt Google’s gtag nog steeds, maar stuurt het een cookieloze ping in plaats van een normale conversie-hit. Je herkent ‘m in het netwerkverkeer aan gcs=G100, de denied-state. Geen _ga-cookie, geen identifier om die persoon later mee terug te koppelen. Google Ads krijgt dus wél een seintje dat er iets gebeurde, maar zonder de cookie die het aan een specifieke klik vastpint. Accepteert de bezoeker wel, dan staat er een granted-state in de ping en wordt de cookie alsnog gezet.
Waarom je dat seintje niet wegknipt. De verleiding is om strenger te zijn dan nodig: blokkeer de tag helemaal bij geweigerde consent, voor de zekerheid. In de tagmanager is dat de needed-instelling, en het is bijna altijd fout. Je knipt dan de rail door die Google zelf heeft ontworpen. De cookieloze ping is geen lek, het is het bedoelde pad. Hij geeft Smart Bidding een signaal zonder een cookie te plaatsen, dus zonder de AVG te raken. Zet je de tag op needed, dan levert elke bezoeker zonder marketing-consent precies nul signaal, en stuurt de bidder op een steeds kleiner deel van de werkelijkheid. Strenger dan de wet vraagt, en slechter voor je campagnes.
Waar het gemodelleerde deel vandaan komt. Uit die cookieloze pings, gecombineerd met het patroon van geobserveerde conversies, schat Google in hoeveel conversies de geweigerde groep waarschijnlijk opleverde. Dat zijn de modeled conversions in je rapport. Voor Smart Bidding is dat bruikbaar: de bidder heeft genoeg volume om op te optimaliseren in plaats van blind te varen op alleen de bezoekers die toevallig wél accepteerden. Voor jouw eigen begrip van het account is het iets anders. Een gemodelleerde conversie is een statistische schatting, geen vastgelegde gebeurtenis. Je kunt ‘m niet openklikken naar één persoon, één klik, één zoekterm.
Het eerlijke antwoord: richting ja, exact nee. Daar komt het op neer. Op campagne- en accountniveau is je attributie onder Consent Mode V2 bruikbaar genoeg om op te sturen: trends, de verhouding tussen campagnes, of het bod-algoritme de goede kant op duwt. Op het niveau van één conversie, één keyword, één euro is ze dat niet, omdat een deel van wat je telt geschat is. Dat is geen reden om de modellering uit te zetten. Het is een reden om te weten welk deel van je cijfer geobserveerd is en welk deel niet, en je taal daarop aan te passen. Je presenteert een gemodelleerde conversie niet als een harde lead.
Dat is dezelfde discipline waarmee we naar een CPL die niet meet wat je denkt kijken: weten waar een cijfer op gebouwd is voordat je er een belofte op baseert.
Bij elke audit kijken we hier vroeg naar. Staan de tags op notSet of op needed, komen de cookieloze pings binnen, en weet je welk deel van je conversies geobserveerd is en welk deel gemodelleerd? Dat checken kost een half uur en is gratis.